De nacht is ver gevorderd,
de dag is nabij (Rom 13:12)

Stichting Lachai-Roï

Hieronder staat de 'One-a-Day'-studie van vandaag. Elke dag verschijnt de volgende uit een reeks van 87 van deze studies. Na 87 dagen wordt opnieuw met de eerste studie begonnen.

28 - 
Als we eerlijk verlangen de Bijbelse openbaring over de dood te begrijpen, moeten we in onze gedachten zeer goed het proces van het sterven en de uiteindelijke voltooiing van de proces, de dood, vastleggen. We hebben in het Nederlands geen geschikte woorden om deze twee situaties onder woorden te brengen, maar dat mag ons er niet van weerhouden ze te begrijpen. Beide komen voor in de eerste keer dat in de Bijbel over de dood wordt gesproken. In het verbod dat God tot Adam en Eva heeft uitgesproken, vinden we twee vormen van hetzelfde Hebreeuwse woord, zodat er, getrouw vertaald, staat:

Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten: want in de dag dat gij daarvan eet, stervende zult gij sterven (Gen. 2:17).

Hieruit weten we dat de werkelijke straf waarmee gedreigd werd als zij zouden eten van die ene verboden boom, het proces was van de dood, die vanaf die dag in hen zou beginnen te werken en zou doorgaan te werken totdat het volledig voltooid is. Adam, die begon met een perfecte gezondheid en een volmaakt lichaam, leefde nog eeuwenlang nadat hij had gezondigd, maar toch was de dood al de dagen van zijn resterende leven in hem aan het werk.
Later vertelt de Bijbel ons dat ‘door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan’ (Rom. 5:12). Wat er dus gebeurd is met Adam, gebeurt ook met al zijn afstammelingen. Dood en leven zijn beide in ons aan het werk op het moment dat we worden geboren. In sommige mensen is het proces van de dood sterker dan het proces van het leven en zij overleven de eerste dag, maand, of jaar niet. Maar de meesten van ons doen dat wel en in de dagen van onze jeugd lijkt het alsof de levensprocessen de processen van de dood verre overtreffen. Dat gaat zo door totdat we wat gewoonlijk de middelbare leeftijd wordt genoemd, bereiken, waarin de processen van de dood die in ons werken de processen van het leven beginnen in te halen en dat gaat zo door totdat we dood zijn.
Alle ziekten, kwalen en gebreken hebben te maken met dat stervensproces. Daarvoor roepen we een dokter en de voltooiing hiervan is de oorzaak dat de begrafenisondernemer wordt geroepen. De traditionele theologie erkent de realiteit van de eerste van deze twee processen, maar ontkent de realiteit van de tweede, met de bewering ‘sterven is geen dood.’ Christian Scientists ontkennen de realiteit van beide en beweren dat het slechts om waanvoorstellingen van de menselijke geest gaat.
We beginnen een nieuwe dag met de Bijbel wanneer we het getuigenis over de realiteit van de dood daarin onder ogen zien. Daardoor zijn we in staat om te zien dat de opstanding Gods antwoord op de dood is. De mens overleeft zijn ervaring van de dood niet. Hij zal daaruit worden verlost door de daad van Hem die alleen doden kan opwekken. Op de vraag die me door een jonge man is gesteld: ‘bestaat de dood echt?’ antwoord ik dus: ‘de Bijbel zegt van wel.’ Onze volgende boodschap zal gaan over DOOD EN OPSTANDING.

Otis Q. Sellers

Printer-vriendelijke pagina